Input your search keywords and press Enter.

Beginnen met racefietsen: 5 tips voor wielrenners

In mijn vorige blog over tips voor hardlopers zei ik het al: corona is een pain in the ass. De gevolgen zijn enorm en het is voor niemand leuk. Inmiddels zijn de coronamaatregelen versoepeld en dat is (o.a.) goed nieuws voor hardlopers en wielrenners. Want we mogen weer samen op pad. Ook wielrennen dus! Zij het ‘onder bepaalde voorwaarden’.

Meer sporters door de lockdown?

Als gevolg van de intelligente lockdown zijn er veel mensen aan het sporten geslagen. Alhoewel er af en toe ook berichten in de media opduiken waaruit blijkt dat mensen juist minder zouden zijn gaan sporten. Verwarrend, want er wordt anderzijds ook beweerd dat mensen meer zijn gaan sporten.

Anyway, ik neig ernaar om die laatste berichten te geloven. De exacte cijfers heb ik niet, maar uit eigen ervaring maak ik toch echt wel op dat er flink wat ‘nieuwe sportieve fietsers’ zijn sinds de lockdown. Een hoop nieuwe wielrenners dus. En dat is positief! Maar als je begint met een sport, zoals hardlopen, mountainbiken of wielrennen dan wil je natuurlijk weten hoe je dat het beste aan kunt pakken. In een reeks van blogs geven we je elke keer 5 tips voor een vliegende start!

De 5 onmisbare tips voor beginnende wielrenners

En in deze blog delen we de 5 tips voor beginnende wielrenners. Maar ook als doorgewinterde wielrenner kun je er wellicht je voordeel mee doen.

1. De racefiets

Een ding is zeker als je begint met wielrennen; je hebt een racefiets nodig. De keuze is reuze. Ervan uitgaande dat je op zoek bent naar een fiets en die ook wil aanschaffen, is de eerste vraag: wat wil je doen met je racefiets? Wil je (tour)tochten gaan maken? Ben je van plan om in de bergen te fietsen, als dat weer mogelijk is? Wil je wedstrijden gaan doen? En/of meedoen aan een triathlon? Het antwoord op dit soort vragen is van groot belang, zodat je een fiets koopt die aansluit bij je verwachtingen. Doe vervolgens onderzoek (online) of in een speciaalzaak wat past bij jouw behoeftes en jouw budget. 

Als je begint met racefietsen, dan is het niet aan te raden en ook niet nodig om direct het allerduurste racemonster te kopen. Geef jezelf de tijd om het wielrennen onder de knie te krijgen en het -hopelijk- leuk te vinden. 

Je kan ervoor kiezen om (eerst) een tweedehandsje -al dan niet via marktplaats- aan te schaffen. Nadeel ervan is dat je garantie hebt tot de voordeur en je ook niet precies weet of deze fiets wel geschikt voor je is. Bij een goede fietsenzaak kun je een fiets op jouw lichaam en wensen laten afstellen. En nog beter: als je een bikefitting doet weet je helemaal zeker dat je goed op de fiets zit. 

2. Aluminium of carbon?

Los van alle technische specificaties die zeker van belang zijn (maar die ik nu maar even buiten beschouwing laat) is de hamvraag: aluminum of carbon? Veel fietsframes worden van aluminium gemaakt. Het is licht, relatief goedkoop en gemakkelijk te repareren. Carbon is echter nóg lichter en zorgt daardoor voor de beste prestaties. Want hoe lichter je fiets is, hoe sneller je kunt gaan. Het nadeel van carbon is wel dat het een wat duurder materiaal is. Dus bij zo’n fiets moet je vaak wel dieper in de buidel tasten. 

3. Je uitrusting 

Wat heb je nodig als je op de racefiets springt? De volgende dingen zijn onmisbaar:

  • Helm
  • Zonnebril
  • Fietsshirt/ baselayer/ jasje en/of mouwstukken
  • Fietsbroek met goede zeem
  • Fietsschoenen (met de juiste plaatjes voor de klikpedalen)
  • Fietspomp
  • Reserveband

4. Zadelpijn (voorkomen)

In het begin moet je echt wennen aan de houding op de racefiets. Je billen en je kruis krijgen heel wat te verduren. Uit eigen ervaring weet ik natuurlijk alleen maar hoe het voelt voor ons vrouwen en onze zogenaamde ‘weke’ delen. In het begin kan het allemaal reuze pijnlijk en irritant zijn, maar het wordt echt beter. Van belang is wel dat je een goede fietshouding hebt (en dat je fiets goed op je is afgesteld) en dat je een goede zeem in je fietsbroek hebt.

Ik maakte ooit de fout om regelmatig met een mannenfietsbroek te gaan fietsen. Met behoorlijk wat zadelpijn tot gevolg. Er zit dus echt verschil in qua zemen: mannen óf vrouwen. Nog een tip die elke wielrenner kan beamen: ook een goed zadel kan het verschil maken! Alleen bestaat er niet zoiets als een goed zadel, dat hangt af van je wensen en je bouw. Dat zal je dus ook zelf het beste kunnen uitvogelen. Bijvoorbeeld aan de hand van een bikfitting.

5. Zorg goed voor je fiets én voor jezelf!

Wielrennen kost vaak een stuk meer tijd dan bijvoorbeeld hardlopen. Een wat minder leuke bijkomstigheid (vind ik dan) is het feit dat je je fiets moet onderhouden. Check voordat je gaat fietsen altijd even je fiets. Werken de essentiële dingen naar behoren? Doen de remmen het? Zijn je banden op spanning? Is je ketting gesmeerd? Neem ook een reserveband en een fietsspomp mee als je gaat fietsen. En denk aan voldoende vocht en voeding voor jezelf. Beter iets teveel gelletjes, bananen, krentenbrood etc. dan te weinig mee. En vergeet het ook niet tijdig op te eten. Niets is zo vervelend als een hongerklop onderweg. Nou vooruit, een lekker band is nog irritanter 😉

Dit waren ze, de 5 tips voor beginnende wielrenners. Er is nog zoveel meer te vertellen en te ontdekken op de racefiets. Maar dat komt allemaal wel. Mocht je vragen hebben, aarzel niet om ze hieronder te stellen. En voor nu: heel veel fietsplezier!

You Might Also Like

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

vier × een =