Input your search keywords and press Enter.

Race verslag: Marathon Rotterdam 2017

‘Ik heb nog nooit’, het is een bekend drankspelletje. Roep iets wat je nooit zou doen, en iedereen die het wel heeft gedaan is veroordeeld tot een shotje van welke sterke drank maar voorhanden is. Hoe ik me dit herinner, ging het altijd van kwaad tot erger. Onschuldige suggesties als ‘Ik heb nog nooit parachute gesprongen’ gingen al snel over in ‘Ik heb nog nooit naakt gezwommen’ en exotischer varianten. Er was altijd wel een overtreffende trap en altijd wel iemand die tot veler verbazing toch een shotje nam.

Mijn probleem bij ‘nooit’-gerelateerde uitspraken is mijn intrinsieke recalcitrantie. Het is me door de jaren heen opgevallen dat bij alles waarvan ik heel hard riep dat ik het echt noooooit zou doen, ik mezelf kennelijk graag het tegendeel wilde gaan bewijzen. Zo zou ik nooit puntschoenen kopen, skinny jeans gaan dragen, op skivakantie gaan en ik zou later echt nooit op mijn moeder gaan lijken.

Dat ik kennelijk niet heel principieel ben is op zichzelf wellicht zorgelijk. Zorgelijker is nog de exponentiële afname van de tijd die inmiddels verstrijkt tussen het moment dat ik roep dat ik het nooit zou doen en de datum waarop het dan toch gebeurt. Ik vrees nu enkele recente ‘nooit’-uitspraken van mezelf.

Marathon Rotterdam 2017

Het was begin januari 2016 dat ik tegen alle marathonlopers in mijn hardloopgroep riep dat ik echt nooit een marathon zou gaan lopen. Tien kilometer vond ik ver genoeg. Goed, waar dit heen gaat laat zich makkelijk raden. Het werd 9 april 2017 en ik had een startbewijs voor de marathon die ik nooit zou lopen. Mijn eerste marathon. In Rotterdam.

Over ‘nooit’ gesproken. Waar je dus nooit wat over leest als je gaat trainen voor een marathon…

Na een lange duurloop kun je niet lekker gaan slapen met het dekbed op je tenen. Elke druk op je voetvingers is te pijnlijk en geeft je het gevoel dat je nagels er elk moment af kunnen vallen. Na drie maanden trainen zijn je tenen sowieso niet meer om aan te zien overigens. Zijn je nagels (nog) niet blauw geworden, dan lijkt het wel alsof het witte schuim van de zee blijvend op de toppen van je tenen zit.

De zeswekelijkse waxbehandeling bij de schoonheidsspecialiste kun je cancellen. Als je huid niet al van schuurplek is overgegaan op blijvend littekenweefsel zonder haargroei, dan is het in elk geval een uitermate slecht plan om daar een hete waxstrip overheen te halen. Je oksels en je bikinilijn; van natuurreservaat tot rampplek in slechts drie maanden.

Om van de schuurplekken door je sportbh nog maar niet te spreken. Tegen vier tot zes keer per week minimaal anderhalf uur trainen is bijna niet op te eten dus je vetreserves worden aangesproken. Tot grote teleurstelling van mijn vriend blijk ik mijn vet op te slaan op de plekken die me vroeger nog weleens het aanbod van een gratis drankje opleverden. Nu, daags na de marathon, houdt hij dan ook vooral goed in de gaten dat ik genoeg eet haha. Anyway, je kleding gaat dus iets ruimer zitten. En dat schuurt bij veel beweging.

De laatste maand van je trainingsperiode doet trainen pijn. Elke training weer. Je kunt zo worden toegevoegd aan de cast van The Walking Dead en door je lijkstijfheid heenlopen is een aardige opgave. Je wilt niet nog meer lopen en je lichaam schreeuwt om een lang weekend in bed. Juist dat zijn de momenten dat er op trainingsgebied veel te winnen valt. Dus je gaat toch.

Tot slot. Als je nog een goede manier zoekt om je snoepverslaving de rug toe te keren, ga dan een paar dagen achter elkaar minimaal 1.5 liter carboloader drinken en je witte broodjes besmeren met enkel jam, appelstroop of honing. Je kunt geen zoete meuk meer zien hierna. Behalve chocola natuurlijk. Dat is altijd goed voor je ziel.

En dan is het moment daar.

Een jaar en drie maanden nadat ik had geroepen dat ik het noooooit zou doen, sta ik aan de start van een marathon. Ik ben hartstikke zenuwachtig en mijn benen trillen van de spanning. Een marathon in 3 uur en 30 minuten, gaat dat me wel lukken? Ik sta met mijn loopmaatjes in hetzelfde startvak en de spanning glijdt langzaam van me af. Met een kanonschot  stroomt Wave 1 langzaam leeg en ik stap de startstreep over. Nu begint het echt.

Slechts vijf kilometer op weg voel ik in mijn rechterheup lichtjes zeuren. Enkele kilometers later doet mijn rechterknie ook mee. Tegen beter weten in hoop ik dat het nog wel wegtrekt naarmate de kilometers toenemen maar tegen kilometer 21 is de stekende pijn echt ondraaglijk geworden en weet ik dat ik mijn doel niet meer zal halen. De teleurstelling is enorm, want ik loop op dat moment strak op het schema van mijn streeftijd, met hulp van Ron –best pacer ever- Gerrist, mijn hartslag voelt hartstikke goed en ik heb het niet te warm. Als ik op kilometer 22 een paar loopmaatjes zie staan die een extra verzorgingspost voor ons hebben ingericht, breek ik. Snikkend geef ik aan dat ik een blessure heb en de zwaartekracht trekt mijn tranen naar beneden.

Toch wil ik proberen de marathon uit te lopen. Ik weet dat mijn familie en vriend speciaal voor mij nog langs de kant staan en het zit sowieso niet in mijn aard om iets waar ik aan begonnen ben niet af te maken. Half joggend en half lopend tik ik steeds een extra kilometertje af. De hoop op een tijd onder de vier uur vervliegt ook naarmate ik steeds minder lang kan joggen voor ik weer moet lopen om de pijn af te laten nemen.

Verzuring

Doordat je niet meer rent, begint de verzuring in je benen ook op gang te komen. Wie er dan dus niet meer op gang komt: juist, ik. Hierdoor gun ik het mezelf wel om even een praatje te maken met mijn familie, oude loopmaatjes van Social Mile die ik langs de kant zie staan en mijn vriend op het moment dat ik ze tegenkom. Omdat veel toeschouwers me zagen lopen, werd ik enorm aangemoedigd. Gelijk aan de Te-Koop-borden bij huizen, waar zo’n sticker ‘verkocht’ overheen wordt geplakt, had ik het liefste een sticker ‘geblesseerd’ over mijn startnummer geplakt. Ik wilde nog graag hardlopen, maar het ging gewoonweg niet meer.

Naarmate de finish nadert zwelt het aantal aanmoedigingen uit het publiek aan. Om mij heen zie ik   EHBO’ers lopers uit de berm plukken die over het randje zijn gegaan. Met de finishlijn in zicht en een tijd ver boven de vier uur, zwellen de tranen weer aan en is de teleurstelling weer in alle heftigheid aanwezig. Ik had veel scenario’s bedacht die vandaag roet in het eten zouden kunnen gooien, maar na een blessurevrije trainingsperiode kwam een blessure in geen enkel scenario voor.

Na de finish haal ik met tegenzin mijn medaille op. Dit is geen prestatie waar ik nog een keer aan herinnerd hoef te worden. Met een gezicht op onweer loop ik richting mijn trainingsmaatjes waar mijn tweede mental breakdown zich aandient als mijn trainer me opvangt. Veel knuffels, schouderklopjes en opbeurende woorden later staat er gelukkig weer een glimlach op mijn gezicht.

Wat een fijne mensen zijn mijn loopmaatjes toch en wat mooi om te zien dat iedereen in het team zich heeft ingezet op deze dag. Ook trainingsmaatjes die niet zelf meeliepen, stonden voor ons langs de kant met drinken en extra voeding. Andere trainingsmaatjes hielpen juist door te hazen en onze krachttrainer zorgde weer voor fantastische foto’s. Geweldig.

Zo langzaamaan overwoekeren de mooie herinneringen aan de Rotterdam marathon de teleurstelling. De zon heeft mijn gezicht lekker bruin gekleurd, ik voel nog meer binding met de hardloopgroep en kon wel enorm genieten van het publiek langs de kant. Maar ga ik nog een keer een marathon lopen? NOOIT! 😉

Foto’s door Devin van Rekom

You Might Also Like

2 Comments

  • Shiva zanoli schreef:

    Wat ontzettend leuk en mooi geschreven. Wat jammer dat het zo heeft moeten lopen maar er komt vast (n)ooit een andere keer waarbij dat wel lukt!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

veertien − 12 =